Doodserieus Het Zwanenmeer dansen met Eurobiljetten ‘up your ass’.

 

Vrijdagavond 27 maart, Incasso

 

Dennis Molendijk

 

Het sterkste van de voorstelling Incasso van het Sloveense gezelschap Via Negativa is de code die bij aanvang wordt vastgelegd met het publiek. Nadat iedereen op het toneel entree heeft betaald, stelt de gastvrouw ons gerust.

 

“U heeft een goede investering gedaan

  U wilt vanavond een échte ervaring

  U wilt mij zien zoals ik ben

  U wilt iets confronterends

  U wilt diepgang

  U wilt iets sexueels 

  U wilt nog veel meer

  U wéét waar u in investeert

  U bent een goed publiek.”

 

Wat volgt is een performance over geld. Met écht geld. Ons geld. En dat geld verdwijnt als sneeuw voor de zon in vele lichaamsopeningen. Acteurs kleden zich uit en aan en weer uit. In zeven a acht scènes worden evenzoveel kunstwerken gemaakt met ‘gerecycled’ geld. Te koop na afloop van de voorstelling. Het hoofdstuk van de collectie, met een prijs van honderd euro, wordt niet verkocht. Even dreigt de veilingkoorts van de eerste avond Crisis in Frascati ons weer in de greep te krijgen, maar hoger dan vijftig Euro willen wij Hollanders niet gaan. Nee, dan de toeristenkiekjes – kíjk, wij waren erbij! –, die vliegen na afloop van de voorstelling voor twee Euro over de toonbank.

 

De voor- en nadelen van een festival. Aangekondigd als schokkend, hard en confronterend blijkt de voorstelling vooral esthetisch en charmant. Als professionals in Crisis in Frascati hebben we in de voorbijgaande dagen al vaker geld in rook zien opgaan, in de frituurpan zien verdwijnen, of zelfs ongekookt gegeten zien worden. Daarnaast brandt de opmerking van Filosoof Karim Benammar nog steeds op onze trommelvliezen: “We moeten vooral beter leren verspillen. En gelukkig is kunst de ultieme verspilling.”

Daar waar op andere plekken de voorstelling ‘inslaat als een bom’, is Incasso nu zo ingekaderd dat het niet ontregelend maar vooral bevestigend werkt.

 

Wat wél inslaat als een bom is de laatste act van de avond. Ik word totaal van mijn sokken geblazen. Wat je noemt knock-out door een linkse hoek. Tot mijn verbijstering komen twee frisse dames en twee enthousiaste heren op en spelen een scène uit een voorstelling Blijspel (regie Roy Peters), die binnenkort in Frascati in première gaat. Het is een muzikale sketch in de traditie van Farce Majeure en Purper. Ik raak helemaal in paniek. Totaal allergisch voor dit soort podiumkunst kan ik nergens ook maar het begin van een pastiche ontdekken. Ik ken de makers niet – dat ligt aan mij – en dus mis ik de context (en dus de ironie). In het publiek wordt gelachen, alsof het tof en leuk is. Het zijn voor mij de meest ontregelende vijf minuten van het hele programma tot nu toe. We – ik in ieder geval – hebben altijd een grote mond over dat kunst moet confronteren en ontregelen, maar wanneer we het werkelijke ervaren zijn we minder stoer. Dan blijkt dat het juist menselijk is om te zoeken naar bevestiging. Thuis aangekomen zoek ik direct in het programmaboekje van Frascati een beschrijving van de aanstaande voorstelling Blijspel. Ik krijg iets meer zicht op Roy Peters en de aard van de voorstelling. Het stelt me een beetje gerust. Toch schiet ik midden in de nacht wakker met de Blijspel sketch op mijn netvlies en kom daarna moeilijk in slaap. Nee, dan kies ik toch maar liever voor de veilige variant van toneel waarin de euro’s verdwijnen in vagina’s, anussen, monden en in de urine. Niet erg heldhaftig van me, ik geef het toe.

 

Lof der speculatie

Pieter de Buysser is wel een held. In een virtuoze lezing focust hij als één van de weinigen in de afgelopen weken op onze eigen verantwoordelijkheid in de crisis. Hij was een goede extra gast geweest in het debat van donderdag over de crisis en ik. Pieter neemt het op voor de speculanten. Zijn stijl is rondborstig, maar zijn gedachtes scherp. Ik laat hem hier dan ook met plezier, in fragmenten, uitgebreid aan het woord:

 

“Dat de gevolgen van hun speculaties de laatste tijd catastrofaal nefast uitdraaien voor zowat iedere planeetbewoner pleit niet echt voor hen. Akkoord, ze hebben er een misselijke pap van gemaakt, maar dat is nu eenmaal het risico inherent aan speculatie. Moeten we daarom de speculatie als praktijk doorspoelen? We moeten de kots opruimen, de gewonden afvoeren, en opnieuw en beter aan de slag.”

 

“Net zoals een mens de dag niet doorkomt zonder beroep te doen op excessief geweld, zo komt een mens de dag niet door zonder te speculeren.”

 

“De mens die niet meer speculeert, is als een vlam zonder vuur. Daarmee bak je niet eens een ei. Over vuur gesproken, als er nooit een waanzinnige holbewoner geweest was die erop speculeerde dat als je twee stenen tegen elkaar ketst er een vonk ontstaat, kenden we nu nog altijd slechts bij toeval de geneugten van het op vuur gebakken omelet…. Als Pasteur en Marie Curie niet speculeerden dat hun combinatie van bacteriën iets zou opleveren, was nooit de Penicilline uitgevonden. Ieder onderzoeker, zij het in de kunsten, zij het in de wetenschappen, zet al speculerend zijn stappen. Het is eigen aan speculatie dat er ontploffingen gebeuren in het laboratorium, of mislukkingen in het atelier. Wat we nu in de financiële wereld meemaken, is zo’n ontploffing.”

 

“De vraag is: hoe moet het nu verder?… Mijn speculatie is dat we het speculeren als praktijk moeten rehabiliteren. We spreken daar niet graag over. Speculatie is iets dat we net als geweld, liever outsourcen, uitbesteden aan lieden die daar hun handen aan vuil maken. We geven de staat of privé-beveiligingsorganisaties het monopolie op geweld, omdat het niet zo netjes staat je daar zelf mee bezig te houden. Nochtans draait onze samenleving op geweld. Onze schoenen zijn gemaakt van schildkliertjes  van kleine Bangladeese kindertjes, onze stadsbussen rijden op bloed van jongemannen uit het Middenoosten, maar wijzelf houden van kunst en democratie en lezingen met debat. Wij kunnen ons dat permitteren, net zoals wij ons verontwaardiging kunnen permitteren over die brute Amerikanen en het geweld van politie en Blackwaters. Dat onze samenleving niet kan functioneren zonder excessief geweld kan de pret bederven, maar ach ook dat, het zorgt hoogstens voor wat intellectuele commotie. We koesteren een gelijkaardige hypocrisie ten aanzien van speculatie als ten aanzien van geweld. Nette mensen houden hun handen daarvan af.”

 

“Erkennen dat je speculeert, ophouden hypocriet te doen, aanvaarden dat we aan elkaar hangen van aan elkaar gelapte kansberekeningen, geloofssystemen en speculaties, betekent dat het risico, de bodemloze onzekerheid en onbeslistheid van het bestaan te aanvaarden. Hoe beschaafder we zijn, hoe minder we geneigd te zijn toe te geven dat we speculeren. In een goed georganiseerde samenleving, die prat gaat op haar voorspelbaarheid en haar beheersbaarheid, wordt de waanzin van het speculeren beschouwd als een aberratie.”

 

“Onze westerse angst is zo groot, onze hang naar beveiliging en nette, zekere manieren zo verlammend, ons optimisme en militante hoop in de toekomst zo futiel, dat we van speculeren niets willen weten, maar wel een eigen auto, verzekering en huis willen hebben. Het is een eigenaardige paradox dat ons aandrang ons voor van alles en nog wat te verzekeren, alleen maar kan door speculatieve risico’s te nemen. Hoe meer je het onzekere wil uitschakelen, hoe meer je moet speculeren en dus hoe meer risico je loopt.“

 

De lezing van Pieter de Buysser is een tikkeltje te lang, maar wel één van de meest stevige bijdragen aan het hele programma. En het maakt de avond die begint met de vertoning van Charlie Chaplins Modern Times en via Via Negativa eindigt met muzikaal cabaret (of was het satire?), één van de meest contrastrijke avonden van Crisis in Frascati. Waarvoor dank.

 

Tot zover. Dennis