The day after… Slotopmerkingen na tien dagen Crisis in Frascati
Dennis Molendijk
Het meest aansprekende politieke toneel dat ik ooit zag was in het – hou je vast – National Theatre in Londen. Al bij de eerste try-out van Stuff Happens (David Hare) zitten vijftienhonderd (!) toeschouwers in de zaal. Al deze mensen zitten daar omdat ze zich willen verhouden tot de actualiteit. Stuff Happens is een grote voorstelling (meer dan dertig acteurs), maar tegelijkertijd zeer eenvoudig en efficiënt geënsceneerd. Het is een theatrale reconstructie van de hele aanloop van de tweede Golfoorlog op basis van documentair materiaal. Zelden zo’n opwinding gevoeld in de zaal. Opmerkingen van Blair, Bush en de andere hoofdrolspelers vallen als cabaret-punch lines. Groot plezier én verbijstering wisselen elkaar af en álle gesprekken in de pauze en na afloop gaan over dat wat het publiek bezig houdt: hoe zijn we in godsnaam met z’n allen in deze mission impossible beland? En waar gaat het nu écht om?
Hier werkte het theater zoals het eeuwen geleden al bij de Grieken werkte: als een forum, waarin je bij elkaar komt om je collectief te verhouden tot iets dat je verwart. En in die zin is de ambitie van Crisis in Frascati identiek.
‘Of ik me als een soort toezichthouder zou willen verbinden aan het programma?’ Dat was de vraag die artistiek directeur Mark Timmer me stelde. ‘Het is bij elkaar zoveel, we hebben behoefte aan verbindingen.’ Ik ben onder de indruk van het krankzinnige programma en de ambitie die eruit spreekt en zeg ja, met slechts twee lichte twijfels. Eén: wordt het niet teveel een braderie? Twee: is het wel verstandig om er zo in te duiken, net nu ik heb besloten om even afstand te nemen van het theater. Ben ik – moe van het naar binnen gekeerde klein denken binnen de sector – wel de juiste persoon?
Om met dat laatste te beginnen; ik denk dat die twijfel terecht was. Wanneer je mijn enthousiasme gedurende Crisis in Frascati ziet als een beurskoers, dan had ik vlak na de helft een forse terugval in een verder zeer positieve en groeiende markt die je – zo heb ik geleerd – een Bull-market noemt. Met terugwerkende kracht zie ik dat het tijdelijk verlies in vertrouwen vooral met mij en veel minder met de feiten te maken had. A fact is a fact, but perception is reality. Ik ergerde me halverwege de rit aan enkele theatermakers die wel heel erg klein dachten en gemakzuchtig en ijdel hun dingetje kwamen doen. Wat zit ik hier te doen?dacht ik Wát komen zij hier doen? Ik miste de ambitie van die makers om dáádwerkelijk iets te wíllen toevoegen aan het programma, ál is het snoeiharde kritiek op de zin/onzin van Crisis in Frascati. Nu, met een zekere afstand, zie ik dat het vooral mijn eigen allergie voor dit soort gedrag is geweest. Wanneer ik de theatermakers de revue laat passeren, dan waren vrijwel alle bijdragen juist zéér betrokken, slim en/of confronterend.
10 dagen en vijftig programmaonderdelen verder
Was het een braderie? Nee! Was het teveel? Natuurlijk. Was het relevant?……….
Over dit laatste valt wel wat te zeggen. De Crisis in Frascati viel precies samen met de drie weken onderhandelen van het kabinet om te komen tot een crisispakket. Hyperactueel dus. Tegelijkertijd merkte je gedurende de drie weken ook een zekere berusting. De grote sociale onrust in de weken voor aanvang van het project zwakte in die drie weken langzaam af. Joeg Willem van Middelkoop ons in het startdebat nog de stuipen op het lijf, in de slotdagen sprak filosoof Karim Benammar van “slechts een verkoudheid van het systeem”. Moe, murw en het einde der tijden dat op zich liet wachten, langzaam druppelde de acute nood weg uit het programma. Maar dat maakte het niet minder relevant. Natuurlijk kun je flauw zijn en zeggen dat in één try-out van Stuff Happens, meer toeschouwers zich verhielden tot de actualiteit dan in tien dagen Frascati. Maar voor die toeschouwers die er waren – en velen kwamen meerdere avonden achter elkaar – werkte Crisis in Frascati, zoals het bedoeld was, als een forum.